Hieronder staan 6 vragen die jullie in groepjes van 4 gaan bespreken, maken en presenteren aan de klas. Elke groep maakt 1 vraag en jullie krijgen maximaal 10 minuten voor het maken van de vraag en de voorbereiding van de presentatie. Jullie moeten daarvoor het Whiteboard gebruiken. Denk aan de verschillende rollen binnen de groep: groepsleider, notulist, tijdsbewaker en presentator.
Vraag 1
Henk koopt een fles shampoo met 750 ml voor €6,50. Truus koopt dezelfde shampoo, alleen in een kleinere fles: 200 ml voor €1,39.
A. Maak twee verhoudingstabellen en reken de prijs van beide flessen uit voor 1 liter.
B. Wie is er relatief het goedkoopst uit?
Vraag 2
Dixons geeft korting op een Iphone 4!
A. Bereken hoeveel procent korting er wordt gegeven op een Iphone 4 van €439,-, die nu €389,- kost.
Vraag 3
Isabel koopt nieuwe beenwarmers van het merk Papillon. De beenwarmers kosten €14,95 inclusief 21% btw.Isabel heeft een dansschool en hoeft de btw niet te betalen.
A. Waarom is de consumentenprijs 121%
B. Bereken de winkeliersprijs, gebruik hierbij eventueel een verhoudingstabel.
Vraag 4
In de Gelderlander staat een artikel over een voetbalclub in Didam. Hierin staat te lezen dat het aantal leden in een half jaar tijd teruggelopen is van 1500 naar 1200.
A. Met welke factor is het aantal leden het laatste halfjaar teruggelopen?
B. Het aantal leden loopt nog verder terug, aan het einde van het jaar zijn er nog maar 375 leden over. Met welke factor is het aantal leden dat jaar teruggelopen?
Vraag 5
Het is Super Crazy Autumn Sale in Open 32!! Je krijgt 30% op alle artikelen.
A. Met welke factor reken je de nieuwe prijzen uit?
B. Een shirt is al in de aanbieding, maar tijdens de laatste dag van de Super Crazy Autumn Sale krijg je nog eens 20% extra korting!. Wat is nu de factor?
Vraag 6
Voor een pro-skateboard betaal je in de laatste week van de uitverkoop 50% van 80% van €139,-
A. Wat is de factor waarmee je de prijs uitrekent?
B. Wat moet je betalen voor het pro-skateboard?
Posts tonen met het label oefenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oefenen. Alle posts tonen
woensdag 2 oktober 2013
vrijdag 23 augustus 2013
woensdag 14 november 2012
Oefenen met negatieve getallen
Wil je voor je proefwerk nog eens extra oefenen, klik dan hier! De antwoorden staan hier!
Bron:: wiskundeextra
Bron:: wiskundeextra
maandag 12 november 2012
Oefentoets ontbinden in factoren havo 3 (hoofdstuk 5)
Wil je extra oefenen voor je toets, klik dan hier voor de opgaven en hier voor de antwoorden! Succes.... Vooral vraag 23 is de moeite waard, een brug kan namelijk de vorm van een parabool hebben!
Bron:: A. Gottemaker
Bron:: A. Gottemaker
donderdag 4 oktober 2012
Eenheden omrekenen (oefenen)
Wil je oefenen met het omrekenen van eenheden? DOEN! Je kunt oefenen met lengte, oppervlakte, volume (inhoud), massa (gewicht) en tijd! Je kunt ook nog eens de moeilijkheid instellen!
woensdag 3 oktober 2012
Schatten
Als je wilt schatten hoe ver / hoe hoog / hoe lang / etc. iets is kun je daarvoor de schattingsregels gebruiken. Een aantal staat hieronder genoemd::
- Hoogte van een verdieping: 3 meter
- Stevig doorlopen: 6 km/u
- Stevig doorlopen: 6 km/u
- Wandelen 4 km/u
- Snelheid fietsen: 18 km/u
- Maten van een deur: 1 bij 2 meter.
- Lengte volwassene: 1,80 m
- Grote stap: 1 meter
- Maten van een deur: 1 bij 2 meter.
- Lengte volwassene: 1,80 m
- Grote stap: 1 meter
Schrijf altijd op wat je schatting/aanname is, daarna de berekening die je ermee maakt en als laatste het antwoord! b.v.: een verdieping is 3m hoog, ik tel 6 verdiepingen, 6x3=18, dus de flat is 18 meter hoog.
zondag 16 september 2012
Havo 3:: oefenen voor test hoofdstuk 1 & 3 (ed. 8)
Als je op de onderstaande links drukt krijg je extra materiaal om te oefenen voor je test::
- Vragen hoofdstuk 1
- Antwoorden hoofdstuk 1
- Vragen hoofdstuk 3
- Antwoorden hoofdstuk 3
Bron:: A. Gottemaker
- Vragen hoofdstuk 1
- Antwoorden hoofdstuk 1
- Vragen hoofdstuk 3
- Antwoorden hoofdstuk 3
Bron:: A. Gottemaker
Abonneren op:
Reacties (Atom)



